Maak je eigen sterrenkaart

De sterrenhemel ziet er van tijd tot tijd steeds weer anders uit. 's Winters staat Orion te pronken in het zuiden terwijl die in de zomer nergens te vinden is en het sterrenbeeld de Arend zijn plek heeft ingenomen. Het vinden en herkennen han sterrenbeelden en sterren kan daarom voor een beginner nog best een uitdaging zijn. Laat staan het opzoeken van nevels en clusters die er in de buurt staan.

Om wegwijs te worden tussen die ontelbare stipjes kun je een planisfeer, een draaibare sterrenkaart, goed gebruiken. Een planisfeer is een draaibare sterrenkaart, die je in kan stellen op datum en tijd om voor die periode een sterrenkaart te krijgen. Die kaart kun je dan gebruiken om in de lucht de weg te vinden.

Zelf een planisfeer maken

Voor het maken van een planisfeer heb je drie stevige blaadjes A4, lijm en een splitpen of zeilring nodig. Een priem of holpijp zijn ook handig maar niet noodzakelijk. Gebruik het dikste papier dat je printer aankan, of print of gewoon papier en lamineer de vellen voordat je ze uitknipt.

Download hier de pdf.

Het in elkaar zetten van de planisfeer wijst zich vanzelf. Knip of snij de delen uit. Bevestig de kaart op de achterzijde met een splitpan of zeilring. Vouw de lijmstroken omhoog en plak de voorzijde erop.

De kaart instellen

Nu je planisfeer klaar is moet je hem nog wel even leren gebruiken. Gelukkig is dat heel eenvoudig. Draai de kaart tot de tijd en de datum van de waarneming onder elkaar staan, en je hebt een kaart met alle sterren(beelden) die op dat moment boven de horizon staan. De rand van het ovaal vertegenwoordigt de horizon om je heen zoals je die zou zien als je in een open veld staat. De kaart geeft de sterren weer zoals ze boven je hoofd staan. Sterren kennen alleen geen zomertijd. Gebruik daarom de wintertijd door hem 's zomers een uur vroeger in te stellen.

De kaart lezen

Hou de planisfeer schuin boven je hoofd met de windrichting waarnaar je kijkt onderin. Dus kijk je naar het oosten dan draai je de gehele planisfeer zodat Oost onderin staat. Kijk je naar het westen dan hou je de planisfeer dus andersom zonder de datum en tijd te verschuiven.

De onderkant van de kaart geeft nu de horizon voor je weer. Denk er alleen aan dat het midden van de kaart, boven je hoofd staat. Alles boven het midden van de kaart bevind zich dus achter je. Je kijkt dus alleen naar de onderzijde van de kaart. Als je je omdraait naar een andere windrichting, draai je ook de kaart weer met die windrichting onderin en is de onderkant van de kaart weer wat je voor je ziet.